Indelingstips voor legbordstelling in jouw magazijn
Begin bij je goederenstroom: van binnenkomst naar verzending
De beste indeling start niet bij het aantal vakken, maar bij de route die je spullen afleggen. Kijk eerst naar: waar komt de binnenkomende voorraad binnen, waar wordt gecontroleerd, waar wordt aangevuld, en waar vertrekken orders? Als ontvangst en verzending aan dezelfde kant zitten, wil je de snelle pickartikelen daar het dichtst bij plaatsen. Zit verzending juist aan de andere kant, dan wil je voorkomen dat je team de hele dag dwars door het magazijn moet lopen.
Werk met slotting: je zet hardlopers op de plekken waar je ze het snelst pakt. Een simpele methode is ABC-indeling. A-artikelen zijn je hardlopers (meest gepickt), B-artikelen middelmatig, C-artikelen langzaam. Plaats A-artikelen in de eerste gangpaden, in de grijpzone (knie tot borst) en liefst verdeeld over meerdere vakken als je snel “leegtrekt”. C-artikelen mogen verder weg of hoger/lager. Dit maakt je magazijn voorspelbaar en voorkomt dat een nieuwe collega moet gokken.
Let ook op kruisingen van looproutes. Als aanvullen en orderpicken door elkaar heen lopen in dezelfde gangpaden, krijg je opstoppingen en fouten. Maak waar mogelijk een simpele afspraak: aanvullen op vaste momenten of via vaste gangpaden, en picken via een vaste looproute.
Indelen op pickhoogte, gewicht en vorm: ergonomie is pure productiviteit
Handmatig picken staat of valt met ergonomie. Zet wat je vaak pakt in de grijpzone: tussen knie- en borsthoogte. Dat scheelt bukken, reiken en draaien. Zware producten horen laag, maar wel zo dat je ze recht naar voren kunt pakken. Vermijd “hoge zware” picks: een zware doos van schouderhoogte is een recept voor blessures en voor vallende producten.
Kijk ook naar vorm en verpakking. Lange of kwetsbare producten leg je niet zomaar in een standaard vak. Werk met die passen bij de lengte, gebruik doorvalbeveiliging waar nodig en zorg dat producten niet uitsteken in het gangpad. Bij vloeistoffen (jerrycans, flessen, emmers) is een lekbak of opvangvoorziening vaak slim, zeker als je ook andere goederen opslaat.
Praktische tip: maak onderin een duidelijke “zware zone” met extra vrije ruimte vóór de stelling. Als mensen moeten bukken én tegelijk dozen over andere dozen heen tillen, verlies je tempo en verhoog je risico op schade en rugbelasting.
Vakmaten en verdelers: voorkom mengvoorraad en zoekwerk
Een veelgemaakte fout is vakken te groot maken “voor de zekerheid”. In de praktijk krijg je dan mengvoorraad: twee artikelen in één vak, losse verpakkingen, restdozen en een collega die denkt dat het wel klopt. Maak vakken dus zo klein als nodig, maar niet kleiner dan je logistiek aankan.
Voor kleine onderdelen werken , en frontlabels het best. Zorg dat je pickmedewerker in één handeling ziet: dit is het artikel, dit is de plek, dit is de voorraad. Bij grotere dozen helpt het om te werken met een vaste oriëntatie: etiketten altijd naar voren, dozen altijd in dezelfde richting. Dat klinkt simpel, maar scheelt enorm in zoektijd.
Nog een praktische regel: geef hardlopers ruimte. Een A-artikel in een te klein vak wordt constant bijgevuld, waardoor je extra loop- en aanvultijd creëert. Soms is het slimmer om een hardloper twee vakken te geven dan elke dag drie keer te moeten aanvullen.
Locatiecodering en labeling: maak het magazijn “uitleesbaar”
Je wordt pas echt efficiënt als locaties eenduidig zijn. Niet “links bovenin”, maar een vaste codering. Een logische opbouw is: zone – gangpad – stelling – niveau – positie. Bijvoorbeeld: A-03-B-04-02. Hang labels op dezelfde plek, op ooghoogte waar het kan, en zorg dat je ze vanuit het gangpad kunt lezen.
Heb je een WMS of picklijst? Gebruik exact dezelfde locatienamen als in je systeem, zonder varianten. Eén standaard voorkomt discussie en voorkomt dat mensen hun eigen benaming gaan gebruiken.
Extra tip: voeg een eenvoudige “kaart” of plattegrond toe bij de inwerkmap of op een bord in het magazijn. Zeker in mkb-magazijnen helpt dat direct bij invallen, vakanties en drukte.
Aanvullen, bufferplekken en retouren: maak uitzonderingen voorspelbaar
Een magazijn wordt rommelig door uitzonderingen. Daarom: reserveer vaste plekken voor retouren, schade, quarantaine en “nog te verwerken”. Als je dat niet doet, belanden die pallets en dozen in lege vakken en ben je ze later kwijt.
Houd daarnaast bufferplekken vrij. Een klein leeg buffer-vak per gangpad of per zone voorkomt dat je bij pieken meteen gaat stapelen op de vloer. Buffer is geen verspilling; het is controle.
Maak ook afspraken over aanvullen: wie vult aan, wanneer, en hoe? Bijvoorbeeld: aanvullen buiten piekuren, of aanvullen via één kant van de gangpaden. Zo voorkom je dat pickers en aanvullers elkaar in de weg lopen.
Veiligheid en draagvermogen: vergeet vaklast en veldlast niet
lijken “licht”, maar kunnen flink belast worden. Let op vaklast (wat één legbordniveau mag dragen) en veldlast (totale belasting van een stellingsectie). Als je later extra plaatst of zwaardere producten toevoegt, kan de veldlast ineens de beperkende factor worden.
Zorg voor duidelijke beladingsinformatie en controleer regelmatig op scheefstand, doorbuiging of beschadigingen. Zie je schade: direct aanpakken. Een paar minuten nu voorkomt later een groter probleem. Plan daarnaast periodiek een inspectiemoment, zeker als er veel in de buurt van de rijdt.
Wil je dit in één keer goed neerzetten? 123 Magazijninrichting kan praktisch meekijken naar indeling, vakmaten, en , zodat je een legbordstelling krijgt die niet alleen netjes oogt, maar vooral snel en foutarm werkt in de dagelijkse praktijk.
Gerelateerde artikelen
Bekijk alles